Na een brakke nacht op de boot, ontwaakt iedereen al vroeg. Zo tussen vijf en zes uur. We ontbijten op de volgboot en het is de bedoeling dat we nog een stuk verder zeilen, maar er staat geen wind. Na een poos dobberen worden we aan de volgboot gehangen, die ons naar de overkant sleept. De bus staat daar al klaar. Ik bezwijk bijna door de uitlaatgassen van de motor van de volgboot, maar gelukkig is de Nijl nu ook weer niet zo breed en duurt dat niet lang meer. Heel decadent, maar de koffers worden voor ons gedragen, zo van de boot in de bus. We stappen de bus in en rijden via verschillende bezienswaardigheden richting Luxor.
De eerste halte is Kom Ombo zelf, namelijk de tempel van Sobek en Horus. Dat deze tempel gewijd is aan twee goden maakt het bijzonder. Sobek is de krokodillengod en er zit ook een klein krokodillenmuseumpje bij (bij de prijs inbegrepen), met o.a. mummies van krokodillen. Leuk om te bekijken.
Later maken we nog een stop in Edfu. Hieronder enkele foto's van de reis er naar toe.
De Tempel van Horus, de Egyptische valkgod, is volgens Djoser één van de mooiste en best bewaarde tempels in Egypte. Ik geloof dat graag. In elk geval de mooiste die ik tot nu toe heb gezien. De façade kan je deels al zien wanneer je komt aanlopen, maar zodra je de toegangspoort doorgaat en de gehele façade ziet, komt het pas echt binnen. Erg mooi, ook de binnenkant van de tempel.
Jeetjemineetje wat is het hier warm. Je moet jezelf echt dwingen om te eten en drinken, anders gaat het mis. Mohamed trakteert op een afhaalbakje koshari; een mix van rijst, linzen en pasta met een soort tomatensaus. We zitten op een strak tijdschema en moeten om drie uur weg. De busrit naar Luxor duurt drie uur en we mogen van de tourismepolitie maar over één specifieke weg. Die weg is smal en onverlicht en om die reden gevaarlijk. We moeten dus voor zonsondergang terug zijn.
‘s Avonds ga ik met Mohamed en vier anderen naar het enige restaurant in Luxor waar ze kamelenvlees serveren, het Nefertiti hotel. Hoe we bij het restaurant komen is nog even een uitdaging, want de toegangsweg is afgesloten. Alsof we vluchtelingen zijn, klimmen we over een muur. Officieel zijn het overigens dromedarissen, maar die worden hier dus kamelen genoemd. Twee van ons nemen een kamelenburger en de anderen, inclusief mijzelf, nemen de kamelentajine. Het smaakt erg goed en lijkt op draadjesvlees.
En nu lekker slapen!
























Geen opmerkingen:
Een reactie posten